Naar start

Carl Heinrich Graun

Omhoog

 

 

Start - Van barok tot modern- C.H. Graun

portret van CH.Graun Carl Heinrich Graun (1704-1759)

Geboren 7-5-1704 te Wahrenbrück, gestorven 8-8-1759 te Berlijn
Duits tenorzanger, pianist en componist

Zijn loopbaan: zanger en componist van opera's

Karl Heinrich Graun studeerde van 1714 tot 1720 aan de Kreuzschule in Dresden.
Op vijftienjarige leeftijd componeerde hij al een Grosse Passionscantate.
In 1723 ondernam hij een kunstreis naar Praag en in 1725 debuteerde Graun als tenor in een Duitse opera in het hertogelijke paleis in Brunswijk, voor welk hof hij verschillende opera's componeerde. Twee jaar later werd hij er benoemd tot vice-kapelmeester.
In 1735 trad Graun in dienst van de kroonprins van Pruisen (later Frederik de Grote), die hem de leiding gaf over de muziek aan zijn hof. In 1741 werd Graun door Frederik de Grote tot kapelmeester van Rheinsberg benoemd en kreeg hij de opdracht een Opera op te richten in Berlijn.
Nog in datzelfde jaar voerde Graun zijn opera Rodelinda uit in de theaterzaal van het slot; het was de eerste Italiaanse opera uitvoering in Berlijn. Op 7 december 1742 werd het nieuwe Berlijnse Operahuis geopend met de uitvoering van Graun's opera Cesare e Cleopatra. Samen met Johann Adolf Hasse (1699–1783) leverde Graun de totale opera-produktie voor deze instelling. Graun gebruikte voor de solfège in plaats van do re mi, de lettergrepen da me ni po tu la be (damenisatiesysteem). Tot aan de uitbraak van de Zevenjarige Oorlog in 1756, schreef Graun 28 opera's waarvan Semiramide (1754) er bijzonder uitspringt. Toen Frederik de Grote in 1756 bij Praag de grote overwinning behaald had, schiep Graun het Te Deum.
Ook bekend is zijn vierstemmige compositie van Friedrich Gottlieb Klopstocks Auferstehn, ja auferstehn (1758).
Carl Heinrich Graun wordt beschouwd als één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Italiaanse opera van zijn tijd. Hij schreef 28 opera's, concerten, kamermuziek en een groot aantal religieuze composities, waaronder 4 passiecantates, 2 Te Deums, 27 kerkcantates, missen en motetten in het Latijn en het Duits.
 

Der Tod Jesu

Van zijn kerkelijke werken is zijn bekendste werk de passiecantate Der Tod Jesu (tekst van Karl Wilhelm Ramler), voor het eerst uitgevoerd op 26-3-1755 in de Dom van Berlijn en tot 1884 vrijwel elk jaar op "Karfreitag" in Berlijn uitgevoerd. Dit werk werd lange tijd boven Bach's Passionen gesteld. Tot diep in de negentiende eeuw werd dit werk in Duitsland en daarbuiten rond Goede Vrijdag veelvuldig uitgevoerd, tot het werd overvleugeld door de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach.
Grauns compositie vormt een geslaagde synthese tussen enerzijds de Italiaanse operastijl (in de aria’s, de duetten en de accompagnato-recitatieven) en de protestantse traditie van de muzikale passie (in de recitatieven en de koralen). Er zijn geen dialogen of dramatisch optredende personages in een bepaalde rol. Het verhaal wordt door wisselende partijen verteld in recitatieven, gevolgd door aria’s die over de diverse passages uit het herdichte lijdensverhaal reflecteren. Echte dramatiek wijkt voor pure reflectie die afgestemd is op mede-voelen, en die
zich niet toespitst op de tragiek van het gebeuren. Jezus’ proces, veroordeling en dood komen niet uitdrukkelijk ter sprake, er zijn geen conflictsituaties: alles is berekend op het opwekken van sentiment.

Tekst en vertaling "Der Tod Jesu" (pdf)

bron: KU Leuven
bron: www.kunstbus.nl
bron: Donemus